Je schoonmoeder is boos!
Heks of Feeks; Deze kwalificaties zijn toch beiden verwerpelijk!!
Het viel me de afgelopen dagen op hoe stil het bleef toen bleek dat Informateur Wijers in een appje VVD-leider Dilan Yeşilgöz een “feeks” had genoemd — een kwalificatie die, laten we eerlijk zijn, net zo seksistisch en denigrerend is als het “heks” waarop Sigrid Kaag jarenlang werd getrakteerd. Maar waar bij Kaag de verontwaardiging breed, luid en fel opklonk, bleef het bij Yeşilgöz opvallend stil. Alsof de ernst van een belediging niet afhangt van wat er wordt gezegd, maar vooral tegen wie.
Vooral links Nederland — dat zich graag presenteert als kampioen van inclusiviteit, fatsoen en respect — was destijds zichtbaar ontsteld over de demonisering van Kaag. Terecht. Het was grof, persoonlijk en gevaarlijk. Maar nu een politicus uit een andere politieke hoek op soortgelijke wijze wordt weggezet, lijkt diezelfde morele helderheid ineens te vervagen. Het is alsof men denkt: “Ja, maar bij Dilan ligt het anders.” Alsof seksisme pas seksisme is als het de eigen politieke vrienden raakt.
Natuurlijk speelt mee dat Dilan Yeşilgöz nog steeds wordt achtervolgd door haar onjuiste bewering dat er “duizenden asielzoekers gebruik hebben gemaakt van zogenaamde gestapelde gezinshereniging”. Welke bewering zij overigens heeft bijgesteld. Maar laten we eerlijk zijn; politici die soms een politiek wenselijke versie van de waarheid presenteren, zijn er aan alle kanten van het spectrum. Zo sprak Rob Jetten zich bijvoorbeeld uit over bezuinigingen op de zorg, maar ook daarbij wezen factchecks erop dat het gepresenteerde verhaal niet volledig of niet helemaal zuiver was. En zo zijn er wel meer momenten geweest waarbij politici van verschillende partijen de feiten ronder of platter maakten dan ze waren.
En toch krijgt Dilan Yeşilgöz, ondanks dat zulke politieke manoeuvres bij velen voorkomen, disproportioneel het stempel van “leugenaar”, alsof zij de uitzondering is in een politieke cultuur die nu eenmaal draait om framen, selectief informatie verstrekken en soms strategische stiltes. Dat maakt de toon richting haar niet alleen ongelijk, maar soms ronduit vijandig. Wat daarbij extra wringt, is hoe gemakkelijk de kwalificatie “feeks” door sommigen wordt verdedigd of gerelativeerd. Alsof het ineens wél kan, omdat men haar toch al niet vertrouwt of haar politieke lijn en dus die van de VVD verwerpt. Maar woorden zijn niet onschuldig. Kaag kreeg te maken met bedreigingen, digitale agressie en fysieke intimidatie — deels gevoed door een online cultuur waarin demonisering en ontmenselijking normaler werden. Voor Dilan Yeşilgöz gelden soortgelijke risico’s. Ook zij wordt nu al beveiligd en wordt dagelijks online belaagd. Haar veiligheid is niet minder waard, en de dreiging niet minder reëel dan die destijds bij Sigrid Kaag.
Ook de pers speelt daarin haar rol. Waar de demonisering van Kaag uitgebreid werd geduid en geanalyseerd, werd het incident rond Dilan Yeşilgöz vooral als politiek relletje behandeld — minder persoonlijk, minder bezorgd, minder moreel geladen. En op sociale media, waar nuance sowieso vaak ver te zoeken is, valt het verschil nog harder op: de ene belediging leidt tot hashtag-verontwaardiging, de andere tot schouderophalen of zelfs bevestiging van de kwalificatie “feeks”.
De vragen die blijven hangen zijn dan ook simpel en pijnlijk: veroordelen we beledigingen omdat ze fout zijn, of alleen wanneer de verkeerde persoon ze krijgt? Zijn we werkelijk tegen demonisering, of alleen tegen demonisering van onze eigen politieke vrienden.
Als fatsoen selectief wordt toegepast, is het geen fatsoen meer maar een instrument. En zolang we accepteren dat beledigingen politiek worden gewogen in plaats van menselijk, worden politici daarmee vogelvrij verklaard als hun politieke boodschap ons niet aanstaat.
Dick Bosgieter
